Het is nu stiekem al zondagavond en Gosse moet nog steeds het verhaal over vrijdag schrijven. Het is echter niet aan Gosse’s luiheid te wijten dat ik mijn kostbare tijd opoffer om in zijn plaats een verhaal te gaan typen. Gosse is namelijk de godganse dag al bezig met dat welkomstbord dat we aan Freedomsquare pre-school willen schenken. Hij moest vanochtend nog eens beginnen met het verven van het bord en hij is er nu (bijna half acht ‘s avonds) nog steeds mee bezig.
Vandaar.
Laat ik voor de aardigheid het verhaal dan ook maar vanuit Gosse’s perspectief gaan schrijven, zo lijkt het toch nog een beetje Gosse’s avontuur.
Omdat er weer een drukke dag voor de deur stond, die zou beginnen op het project, ging de wekker om 7 uur. Zoals gewoonlijk borstelde ik eerst mijn weelderige bos blonde krullen en begaf me naar de keuken alwaar ik mezelf verwende met een kommetje cruesli met zelfgemaakte sojamelk. Omdat ik nog niet voldoende voldaan was besloot ik mijn kommetje nogmaals met hetzelfde te vullen. Mijn ochtendritueel vervolgde zich met een bezoekje aan het toilet, waar ik zonder enige moeite een halve kilo stront mijn darmen uit drukte. Ja, mijn stoelgang is iets waar Jacob jaloers op kan zijn. Ik snap niet hoe die vent het presteert om een kwartier lang de wc bezet te houden als hij moet poepen.
Omdat de lekke banden van de beschikbare fietsen nog niet gerepareerd zijn, en welke waarschijnlijk ook niet meer gerepareerd gaan worden gedurende onze nog korte periode aanwezigheid alhier, zochten we weer om een taxi. Deze was al snel gevonden, een vlot pratende Herero zou ons naar het project brengen. Onderweg moest er nog even getankt worden. Met veel bombarie en snelheid reed de taxichauffeur al schreeuwend naar de pompbedienden het tankstation binnen.
De chauffeur moest nog iets doen in het winkeltje en hij liet een behoorlijke tijd op zich wachten. Na ongeveer tien minuten kwam hij verontschuldigend weer terug, wat hij nu precies heeft gedaan is mij een raadsel.
We beginnen alweer aardig in ons oude ritueel van te laat komen te komen, hoewel het ditmaal buiten onze schuld om was.
Op het project was iedereen, ondanks dat het vrijdag was, best wel relaxed. Het lesgeven ging ook prima. Samen met Bertildis heb ik rapporten ingevuld. De kinderen deden als het ware een soort examen bij mij. Ze moesten als eerste naar me toe komen om de bodyparts te noemen. Dit ging op zich wel redelijk, hoewel de meeste kinderen moeite hadden met het verschil tussen hun armen en benen. Ze lijken natuurlijk ook best wel op elkaar, ze zijn beide relatief lang en aan het uiteinde zitten wat dikkere stukken vlees met elk (als het goed is) vijf lange slierten. Dus wat dat aan gaat kun je ze ook niks kwalijk nemen. Daarna was het tijd om de kleuren door te nemen, dit ging niet zo heel erg goed. Het grappige was dat alle kinderen allemaal de kleur paars kenden, van de meisjes kan ik me dit wel voorstellen, maar van de jongens had ik toch wel verwacht dat ze een andere kleur zouden kennen. Misschien bestaat deze hele klas wel uit potentiële flikkers. Er was één Owambo-meisje die brue (in plaats van blue) en led (in plaats van red) zij. Het verwisselen van de R en de L is typisch iets voor Owambo’s, maar daar hebben we vast wel eens eerder over verteld. Een gastje uit Jacob zijn klas zei twee jaar geleden eens tegen hem:”Jy plaat Aflikaans pollo pollo’, wat dus eigenlijk “Jy praat Afrikaans Porro Porro” moet zijn. Dit zou dus betekenen dat Jacob slecht Afrikaans spreekt. Over te snel oordelen gesproken…
Tijdens de pauze heb ik een hele serie mooie foto’s genomen, deze zijn natuurlijk op aanvraag altijd te bezichtigen als we eenmaal terug zijn.
Na de pauze hebben we buiten een soort van hindernisbaan gemaakt, dit was bij de kinderen een groot succes.
Toen het twaalf uur was kreeg iedereen ineens een appel, er bleek tussendoor iemand van één of andere organisatie te zijn geweest die een doos vol met appels kwam brengen. Dit was tevens een mooie gelegenheid om de kinderen stil te krijgen, als ze hun bek open zouden trekken tijdens het plaatsnemen in de cirkel dan zouden ze geen appel krijgen. Dit bleek zeer effectief. Aangezien er nog appels over waren toen iedereen weg liep hadden we zelf ook nog profijt van deze gift.
Net als de heenreis zijn we ook weer met de taxi terug gegaan.
Thuis hebben we even lekker wat gegeten, ik heb zelf drie van die lekkere rosti-burgers op brood gedaan met mayonaise en appelmoes, heerlijk!
Na de lunch moest er weer gewerkt worden, ditmaal wederom aan het plan van aanpak. We hebben een aardige slag kunnen maken, maar we hebben het nog niet afgekregen. Op een gegeven moment kwam Disang langs, die zou bij ons blijven eten. Tsjerk zou namelijk om 8 uur voor Disang naar het vrijwilligershuis bellen en daarom hebben we het lijdend voorwerp van deze zin direct maar even uitgenodigd voor het eten. De pot schafte pastasalade met gevulde paprika’s, iets wat we tijdens het huidige verblijf in Namibië nog niet eerder hebben gegeten. Het smaakte verrukkelijk, Disang, zoals een echte rasta betaamt ook vegetariër, wist niet wat hij meemaakte. Het nepgehakt dat hier in grote getale in supermarkten wordt aangeboden was voor hem iets totaal nieuws.
Vlak voor het eten werden we trouwens nog opgeschrikt door ongewenst bezoek. Er kroop een vet gek beest door onze keuken, het was een slang met vier pootjes. Het kroop weliswaar als een slang, dus waarom het beest überhaupt pootjes heeft is mij een raadsel. Als ik ergens een hekel aan heb dan zijn het weekdieren, amfibiën, reptielen, vissen en insecten. Dit dier kwam dus duidelijk uit één van deze categorieën. Voor de veiligheid besloot ik maar op een stoel te gaan staan en Robert’s hulp in te schakelen. Hij werkte het beest op vakkundige wijze ons huis uit met een CDA-pen.
Toen we Disang later over ons avontuur vertelden vroeg hij zich af waarom we het dier niet direct dood hebben gemaakt, hij beweerde namelijk dat dit dier zeer giftig is.
Toen we het eten wilden gaan serveren kwam er opnieuw bezoek, ditmaal van Simon, onze politievriend. Die kerel heeft echt gevoel voor op het juiste moment bij ons aankomen, alsof hij ruikt dat we het eten klaar hebben iedere keer.
Gelukkig was er genoeg te eten en zodoende kon ook hij een bord eten krijgen. Toen we het eten hadden opgeschept begonnen we even over het avontuur dat zojuist in ons huis afspeelde. We waren wel benieuwd of hij wist wat voor soort slang het was. Hij snapte (zoals meestal het geval is) helemaal niks van onze vraag. Eerst vroegen we (in het Engels) of hij wel eens slangen met poten gezien had. Hij antwoordde (zoals meestal het geval is) met:”OK”. Toen we de vraag nogmaals, iets langzamer, stelden:” Do you know the snakes with legs, did you ever saw one?” Antwoordde hij met een iets vollediger antwoord:” It’s OK, I will eat it”. We lagen natuurlijk helemaal in een deuk toen hij dit zei, temeer omdat Owambo’s (en Simon is een Owambo) erom bekend staan dat ze wel eens slangen eten. Hij snapte er helemaal niks meer van. Het eten smaakte hem in ieder geval best, ondanks dat er geen slangen inzaten. Zoals gebruikelijk vertrok Simon al vrij snel na het eten, ditmaal trouwens met Robert, om een bezoekje te brengen aan de witte boeren in the big 5.
Zij liever dan ik, Robert is laatst door één van die boeren op zijn bek geslagen en later heeft hij nog een kopstoot van diezelfde gast gekregen. Misschien dat de aanwezigheid van een politieagent de schade ietwat beperkt houdt.
Jacob, Disang en ik bleven met zijn drietjes thuis achter. Helaas moest Disang al vrij snel weer naar huis, het telefoontje van Tsjerk (de primaire reden van Disang’s aanwezigheid) bleef uit. Het was tien uur, Jacob en ik luisterden nog wat muziek, lazen nog wat lectuur en daarna was het tijd om te gaan slapen. De wekker om 7 uur gezet, omdat er nog veel werk te doen is.